Naar aanleiding van Johannes 11:20-27, serie: Ontmoetingen met Jezus, ontmoeting .
Rode draad door de preek: Als je met je verdriet naar Jezus gaat, die een beroep doet op je geloof terwijl je vol zit met vragen, neemt Hij je bij de hand zodat je uitzicht krijgt.
› Ondanks dat Jezus ‘te laat’ is, gaat Marta toch naar Hem toe.
› Ze laat alles en iedereen in de steek om zich echt te laten troosten.
› Want de persoon Jezus is het levende bewijs van Gods liefde voor jou.
› Geloof = vertrouwen.
› Het gaat niet om begrijpen maar om vertrouwen.
› Dat Lazarus leeft door Jezus is een mysterie.
› Dat vraagt om vertrouwen.
Om over na te denken:
- Dood is, waar Jezus afwezig is, waar niet geleefd wordt uit de Geest van Jezus. Leven is daar waar Hij zelf aanwezig is, waar gehoor gegeven wordt aan de roepstem van de Heer.
- Het gaat in Johannes 11 over leven OF dood. Niet over leven én dood.
vragen:
- Als iemand van wie je hebt gehouden, sterft, gaat er ook iets in jezelf een beetje dood. Golven van verdriet gaan dan over je heen. Dan lijkt niets of niemand de pijn in je hart te kunnen genezen. Tot iemand je bij de hand neemt en je warme woorden van vriendschap toefluistert. Dan doen we, omdat we erop vertrouwen dat mensen eigenlijk nooit sterven. Wie heeft jou bij de hand genomen toen je verdriet had? En heb jij weleens iemand bij de hand genomen?
- Marta gaat Jezus tegemoet en zegt Hem, net als Maria later: ‘Als U hier was geweest, Heer, dan was mijn broer niet gestorven.’ (vers 21 en 32)
o Wat denk je, is dit een vraag (waar was u?) of een klacht?
o Heb jij deze vraag ook wel eens gesteld (tegenover God)? Mag dat?
o Is er antwoord op deze vraag? - Na haar vraag gaat Marta verder in vers 22 met een belangrijke uitspraak. Hoe komt dit op je over?
- Jezus houdt van Lazarus en de beide zussen, lezen we in vers 5.
o Zie je verschillen tussen de zussen in Johannes 11? (Zie ook Lucas 10:38-42)
o Met wie voel jij je het meest verwant? - Het wonder van de opwekking van Lazarus, die uiteindelijk weer moest sterven, is een teken. Waarvan?
- Als het gaat over wat er zou zijn, na onze dood, na dit leven, dan zeggen we half gekscherend: er is nooit iemand teruggekomen om ons dat te vertellen. Nu is er eindelijk iemand voor wie dat wel geldt … houdt hij zijn mond! Wat zou dat ons te zeggen hebben?