Naar aanleiding van Marcus 10:13-27, serie: Ontmoetingen met Jezus, ontmoeting 9 – De rijke jongeling.
- Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?
- Hoe interpreteer je die vraag?
- Wat zou jouw grote vraag aan Jezus zijn?
- De man bedoelt: wat moet ik doen om te voorkomen dat ik ontbreek in die nieuwe wereld waar u over spreekt?
- Een oprechte vraag!
- Zou dit jouw vraag kunnen zijn?
- Durf je Hem in een heel nederig gebed te vragen: Heer, licht me a.u.b. door?
- Of doe je al genoeg?
- Denk je misschien (stiekem) dat je wel recht hebt op die nieuwe wereld?
- God is goed, jij niet!
- Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden.
- Wie kan dit van zichzelf zeggen?
- Jezus proeft het oprechte verlangen van deze man om bij Gods nieuwe wereld te mogen horen.
- ‘Verkoop alles en volg mij’ een onmogelijke opdracht?
- Als zo’n rijke (= gezegende man) al het eeuwige leven misloopt, hoe zit het dan met anderen?
- Kinderen zijn een voorbeeld.
- D.w.z. in afhankelijkheid van God vertrouwen dat Hij voor je zorgt.
- Tenslotte kent u de liefde die onze Heer Jezus Christus heeft gegeven: Hij was rijk, maar is omwille van u arm geworden opdat u door zijn armoede rijk zou worden. (2 Korintiërs 8:9)
- Gebod 5-9 hadden effect in het leven van de man maar de andere geboden?
- Wat zou Jezus aan jou vragen? Wat ontbreekt jou?
- Laat je leven vullen met Jezus.
Om over na te denken:
- De rijke jonge man stelt de vraag aan Jezus: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ Welke vraag zou jij aan Jezus willen stellen? Hoe verhoudt zich dat tot deze vraag?
- Waarom kijkt Jezus hem liefdevol aan, denk je?
- Hoe kijkt Jezus naar jou?
- Zijn er ‘aardse zekerheden’ die misschien als goden tussen God en jou (of tussen jou en andere mensen) instaan? Noem voorbeelden.
- ‘Je geld op je leven’ is een bekende overvaluitspraak. Kun je die op deze geschiedenis toepassen?
- De man ging verdrietig weg. Wat stel je je hierbij voor? Kan dit je helpen in het stellen van prioriteiten?